☀ Ruimteweer

← Space Tracker ✈ FR24 Portal

Ruimteweer — uitleg & codes

Ruimteweer omvat alle activiteit van de zon die invloed heeft op de omgeving van de Aarde: energetische deeltjes, magnetische velden en elektromagnetische straling. De gegevens op de Space Tracker komen van NASA's DONKI-systeem (Space Weather Database Of Notifications, Knowledge, Information) en worden bijgewerkt zodra er een nieuw event is.

⚡ Event-typen

CME
Coronal Mass Ejection
Coronale massa-uitstoot
Een CME is een enorme wolk geladen deeltjes (plasma) die met hoge snelheid uit de corona van de zon wordt uitgestoten — tot 3.000 km/s. Als deze wolk de Aarde bereikt (1–3 dagen reistijd) kan hij een geomagnetische storm veroorzaken. Sterke CME's storen radiocommunicatie, satellietnavigatie (GPS) en kunnen in extreme gevallen stroomnetwerken uitschakelen. CME's zijn zichtbaar als kroonvormige uitbarstingen in coronagraaf-opnamen.
FLR
Solar Flare
Zonnevlam
Een plotselinge intense opvlamming aan het zonoppervlak die röntgenstraling en ultraviolette straling uitzendt. Een zonnevlam reist met lichtsnelheid en bereikt de Aarde in ongeveer 8 minuten. De straling ioniseert de bovenste atmosfeer (ionosfeer) en verstoort kortegolfradio, met name aan de dagzijde van de Aarde. Vlaamkracht wordt ingedeeld van A (zwakst) via B, C, M naar X (sterkst); elke klasse is 10× sterker dan de vorige. Klasse X10+ zijn extreme vlamen.
GST
Geomagnetic Storm
Geomagnetische storm
Een geomagnetische storm ontstaat wanneer een CME of een snelle zonnewind de aardse magnetosfeer treft en verstoort. De sterkte wordt gemeten met de Kp-index (0–9) of de G-schaal (G1–G5). Een G1-storm heeft weinig effect; een G5 kan stroomnetwerken en satellites beschadigen en veroorzaakt poollichten tot op lage breedtegraden. Nederland ziet poollichten typisch bij G3 en hoger.
IPS
Interplanetary Shock
Interplanetaire schokgolf
Een schokgolf in de interplanetaire ruimte, die ontstaat wanneer een snelle CME een tragere zonnewind inhaalt en een samengeperste schokfront vormt. DONKI registreert wanneer deze schok meetapparatuur bij de Aarde (bijv. de DSCOVR-satelliet op 1 miljoen km) passeert. IPS is doorgaans een voorloper van een geomagnetische storm die enkele uren later volgt.
SEP
Solar Energetic Particles
Zonne-energetische deeltjes
Hoog-energetische protonen en elektronen die bij sterke zonnevlamen of CME-schokfronten worden versneld. Ze bereiken de Aarde in minuten tot uren en zijn gevaarlijk voor astronauten buiten de magnetosfeer (bijv. op de maan of in de diepe ruimte). Op polaire vluchthoogtes kunnen piloten en passagiers een verhoogde stralingsdosis ontvangen. De sterkte wordt gemeten op de S-schaal (S1–S5).
MPC
Magnetopause Crossing
Magnetopauze-oversteek
De magnetopauze is de grens tussen de aardse magnetosfeer en de interplanetaire ruimte. Normaal bevindt deze grens zich op 10–12 aardstralen afstand aan de dagzijde. Een sterke CME kan de magnetopauze samendrukken tot 6 aardstralen of minder — dichter dan geostationaire satellites (6,6 aardstralen). Een MPC-melding betekent dat de magnetopauze de positie van een observerend ruimtevaartuig heeft bereikt.
RBE
Radiation Belt Enhancement
Stralingsgordelversterking
De Van Allen-stralingsgordes zijn twee donut-vormige zones vol hoog-energetische deeltjes rondom de Aarde. Een RBE treedt op wanneer de buitenste gordel tijdelijk sterk versterkt wordt door zonne-activiteit. Dit verhoogt de stralingsblootstelling voor satellites in een baan door de buitenste gordel (MEO en sommige GEO-banen) en kan elektronische componenten beschadigen.

📊 Ernstschalen

NOAA (het Amerikaanse meteorologisch instituut) gebruikt drie vijfpuntsschalen voor ruimteweer, analoog aan de Beaufortschaal voor wind.

G1 – G5
Geomagnetische storm
G1 = klein; G5 = extreem. Gebaseerd op de Kp-index. Nederland ziet poollicht bij G3+.
S1 – S5
Zonne-deeltjes­storm
S1 = klein; S5 = extreem. Meet hoog-energetische protonen. Gevaarlijk voor astronauten buiten de magnetosfeer.
R1 – R5
Radioverstoringen
R1 = klein; R5 = extreem. Gebaseerd op de röntgenflux van zonnevlamen. Treft kortegolfradio op de dagzijde.
Kp 0–9
Planetaire index
Elke 3 uur bijgewerkt op basis van meetstations wereldwijd. Kp ≥ 5 = geomagnetische storm. Kp ≥ 7 = poollicht in Nederland.

⚠ Wat betekent het voor jou?

G-schaal Effect op aarde Poollicht
G5 (Kp 9) Stroomuitval mogelijk, satellites verstoord, radiopropagatie verdwenen Tot Florida en Spanje zichtbaar
G4 (Kp 8) Stroomnetwerken onder spanning, GPS-fouten, HF-radio zwaar verstoord Zichtbaar tot Noord-Duitsland / Denemarken
G3 (Kp 7) Navigatieproblemen GPS, stroomschommelingen, satellietsleepkracht verhoogd Zichtbaar in Noord-Nederland bij donkere hemel
G2 (Kp 6) Lichte stroomschommelingen, HF-radio verstoord op hogere breedtegraden Mogelijk zichtbaar in Friesland / Groningen
G1 (Kp 5) Kleine verstoringen in stroomnetwerken, beperkt effect op satellites Zichtbaar in Scandinavië en Noord-Canada

🗺 Solaire vlaamklassen

Zonnevlamen worden ingedeeld op basis van de röntgenflux gemeten door de GOES-satellite:

X
Extreme vlam
Sterkste klasse. X1 = minimumwaarde, X10+ = uitzonderlijk. De krachtigste ooit gemeten was X28 in november 2003. Een X-vlam kan tegelijk een CME afvuren en veroorzaakt brede radioverstoringen.
M
Middelgrote vlam
10× zwakker dan X-klasse. M-vlamen veroorzaken kortdurende radioverstoringen aan de dagzijde. M5 en hoger gaan regelmatig gepaard met CME's.
C
Kleine vlam
Nauwelijks merkbaar op aarde. C-vlamen zijn het meest frequent en gelden als achtergrondactiviteit van de zon, zeker tijdens het zonnemaximum.
B / A
Minimale activiteit
Vlamen onder de C-klasse. B-vlamen zijn 10× zwakker dan C, A-vlamen 10× zwakker dan B. Geen meetbare effecten op aarde. Worden ook wel "microflares" genoemd.

🔌 Databron

De ruimteweergegevens op de Space Tracker komen van de NASA DONKI API (api.nasa.gov). DONKI wordt dagelijks bijgewerkt door ruimteweerprognostici van het NASA Goddard Space Flight Center. De data toont meldingen over de afgelopen 7 dagen.

Actuele waarschuwingen en meer detail: spaceweather.com of het NOAA Space Weather Prediction Center (spaceweather.noaa.gov).